Yanthe Nobel
  • About
  • Nederlands
  • English
  • Bestaan
  • Contact
Photo by Lando Hass

Elke kogel telt

9/11/2021

4 Comments

 
Picture
Ik vraag aan éénieder die het verhaal hieronder tot zich neemt, dat wat ik beschrijf te lezen met empathie voor de mens en het bestaan hier. Evalueer de context waarin zij zich bevinden en de uitdagingen die daaruit voortkomen voordat, u (ver)oordeelt. Zij geven mij immers de kans hun bestaan van dichtbij mee te maken. En dat is een enorm privilege. 

​
Een expeditie van de jager en zijn porteurs, de dragers van de karkassen, begint in het dorp grenzend aan het regenwoud. Hier bevindt zich een post van de ecoguards die de papieren van de jagers bij aankomst controleren.  In Dzanga Sangha is een speciaal gebied waarin gereguleerde, legale jacht een onderkomen geboden wordt. Een jager betaalt elk jaar voor een vergunning aan de plaatselijke jachtorganisatie en jaagt maximaal twee weken per maand. Daarnaast is traditionele jacht met netten, voornamelijk uitgeoefend door de BaAka’s, hier toegestaan. Stropers en illegale jagers met metalen draden, zogenoemde snares, vormen een bedreiging voor de legale jacht en de wilde dieren.


​De groep van deze expeditie, waar ik mij bij zal voegen, bestaat uit de jager (29, het jachtgeweer heeft hij van zijn vader g
ëerfd) en drie jonge dragers. Het is een eerste expeditie van de groep in deze samenstelling, desalniettemin zit de stemming er goed in. Ik draag een rugzak met daarin genoeg proviand voor mijn vaste assistent Eugène en mij, slaapzak en een tentje voorop gebonden. De anderen dragen een zelfgemaakte rotan rugzak, de sac à dos, met daarin een gietijzeren pan en een grote zak met maniok, de aardappels in dit land.

​

Het geweer en de kogels blijken goed opgeborgen te zijn achter slot en grendel. Zo goed, dat de moeder van de jager, die ochtend ook het huisje waarin de geweerkast zich bevindt,had afgesloten en en het traceren van haar en de sleutel in het dorp de hele ochtend en middag zal kosten.  Uiteindelijk vertrekken we enkele uren voor zonsondergang het woud in. Een tijdelijk kamp wordt opgezet net voor zonsondergang. Het vuur wordt vliegensvlug aangestoken en de mannen vullen hun magen gretig met een eerste portie gekookte maniokpap.  Het vuur houdt ons tevens warm tijdens de koude nachten en regenbuien, rookt de karkassen, kookt de organen en haar rook houdt de olifanten op afstand.


Diezelfde avond gaan wij voor het eerst op jacht. Het schot die nacht treft een hier veel voorkomende antilopensoort, de blauwe duiker. Terwijl één van de porteurs zorgvuldig het dode dier bijeen bindt en in de rugzak stopt, schijnt het licht van de jager plots op een veld vol met witte paddestoelen. Ik voel de opwinding bij de mannen over het zojuist gevonden voedzame maal. Binnen een mum van tijd worden de paddestoelen geplukt en in reusachtige bladeren (feuilles) gewikkeld.  Met een vlotte en voelbaar tevreden pas, keren wij terug naar het kamp waar één van hen de wacht heeft gehouden. We slapen enkele uren op een open plek in het regenwoud op een zeil dat ik, op aanraden van anderen, mee nam. Boven ons is de hemel helder en vol met sterren.

​

Op de dag die volgt, lopen we na een tocht van enkele uren door het dichtbegroeide regenwoud naar een oud kamp van de jager, zo’n 15 kilometer verderop. We hangen het zeil dit keer op, het is immers het regenseizoen, en van grote bladeren wordt een natuurlijk matras gemaakt. Dit biedt geen enkel comfort, anders dan dat het s nacht's beschermt tegen prikkende kruipers. 

​
Een ochtend begint met het afschrapen van bast van een bepaalde boom in het kamp.  Na enkele minuten koken biedt dit brouwsel een vloeibare energiebron voor de mannen. Ik word dikwijls, heel attent, verrast met een kopje Nescafé oploskoffie als alternatief, nadat de heren zich te goed hebben gedaan aan hun natuurlijke Redbull. Er zijn immers maar twee emaille kopjes die rouleren in de groep.

​

Op de vierde dag zijn de kogels op en terwijl twee dragers terug naar het dorp gaan met de eerste karkassen en daar nieuwe kogels kopen, is er tijd én energie, voor een educatieve wandeling. Onze voeten brengen ons naar een open plek waar de grote wilde dieren zich op andere momenten van de dag te goed doen aan de modder die ligt onder een reusachtige, holle boom. Deze derrie bevat de ontlasting van de bewoners van de boom in kwestie, een grote groep vleermuizen. De jager en Eugène vertellen honderduit over het nut van olifanten als zadenverspreiders en het ontstaan van een bai vol mineralen te midden van een vol regenwoud. Tevreden keer ik terug naar het kamp waar rust en kalmte heerst en de jongens mij leren vissen in een nabijgelegen beekje.


Het Frans dat ik spreek verdient aandacht en daarom blader ik aan het eind van die middag door mijn zakwoordenboekje Frans-Nederlands. Één van de jonge dragers komt naast mij zitten en spreekt enigszins beschaamd de woorden „How are you baby?“ uit. We gniffelen en hij vraagt mij vervolgens  of ik hem Engels kan leren. Wij beginnen met de uitspraak van het alfabet. Ik zie dat de jager aan Eugène een stukje papier vraagt uit zijn notitieblokje. Vervolgens komt hij geruisloos achter ons zitten. Hij pent driftig de zojuist door ons geschreven fonetische uitspraak van de Engelse letters over.


De avond valt in het kamp rond zes uur. Het woud kleurt zwart, enkele vuurvliegjes en onze zaklampen geven af en toe licht in de duisternis. Éé, béé, cie klinkt het een stukje verderop. Daar zie ik de jager tegen de boom zitten met zijn hoofdlamp gericht op het vodje papier. Dit beeld raakt mij. Ik ben mij bewust van de privileges die ik heb gehad in mijn leven en die hem niet toegekomen zijn.


​Diezelfde avond trekken we verder het woud in om te jagen. De jager mist een duiker die ontsnapt aan zijn schot. Ik voel compassie voor het gevluchte dier, dat de pikdonkere nacht inrent. Echter, telt elke kogel voor de jager. Zijn vrouw zal met minder vlees op de markt staan en minder geld zal er zijn om hun vijf kinderen te voeden. Met ongedane zaken keren wij terug op het kamp. Ik voeg mij bij de dragers op de grond. Zo liggen wij zij aan zij onder het blauwe zeil naast de tent waarin Eugène al ligt te rusten voor de terugreis. Het privilege van de slaapplaats in de tent werd eerder, logischerwijs, vergeven aan de oudste van de groep, Eugène. De taalbarrière voorbij, verbindt ook muziek de mannen en mij.  Een guilty pleasure uit mijn tienerjaren blijkt nu van pas te komen; de songteksten van Akon, een Amerikaanse zanger met Senegalese roots.  Zachtjes neuriet één van hen „lonely, I am so lonely“, één van zijn nummer-1-hits.  De jager valt bij en ik maak het refrein af. 

​
De weg terug naar het dorp is lang en voert ons langs en door verschillende riviertjes. De dragers hebben hun tassen van rotan vol met de gejaagde dieren, maar stappen ondanks het enorme gewicht stevig door. Geduldig wachten de anderen geregeld op mij en voorzien mij van aanwijzingen terwijl ik mij balancerend een weg baan door het hoge water met volle tas en tent op mijn rug. Tijdens het lopen, snoepen we van verschillende felgekleurde fruitsoorten die onderdeel zijn van het dieet van de gorilla’s.

​

Bij aankomst in mijn kamer zie ik mijn lijf vol met schrammen, wondjes en beten, maar wat voel ik mij sterk en tevreden. In deze groep voelde ik mij veilig en op mijn plek, ondanks dat ik tijdens de nachtelijke jacht op een giftige slang had kunnen stappen, een bosolifant mijn pad had kunnen kruisen, in het geweer van een stroper had kunnen kijken en ziek had kunnen worden. Het vormen van een tijdelijke familie, waarin eenieder elkaar helpt wanneer dat nodig is, maar ook waar er een schaterlach klinkt als één van ons midden in een spoor van bijtende mieren valt na het missen van een dwarse boomstronk op ons pad.


Een week in het woud met deze dappere mannen confronteert mij continue met hun armoede. Het ontbreekt hen aan werkelijk alles wat je nodig denkt te hebben op een expeditie als deze.  Een leven waarin de risico’s van een slangenbeet, confrontatie met olifanten, stropers en ziekte aan de orde van de dag zijn.  Het jagersbestaan voelt niet als een keuze, eerder als een weg uit de armoede. 





​
Jagers en de bejaagden; een bestaan zonder garantie op een morgen.
 

4 Comments
Freya
9/11/2021 09:46:40 pm

Lieve Yanth,

Een voorrecht om een kijkje te mogen hebben in hun leven, zo kan het er ook uit zien.

Heel bijzonder om later dit jaar ook het dagelijks leven in CAR te mogen ervaren op deze plek vol met prachtige flora & fauna, waar mensen elkaar vriendelijk helpen, van niets iets maken, waar elke dag een challenge kan zijn en de kleine dingen er toedoen.

Ik ben trots op je en wat fijn dat men daar jou zo hartelijk ontvangt in hun (leef)omgeving.

Liefs Freya

Reply
Nathalie Ploeg
9/11/2021 11:11:48 pm

Wat schrijf je ontzettend mooi Yanthe. Wat een avonturen beleef je en hoe tevreden kun je zijn met het leven. Daar kunnen wij nog wat van leren.

En zo komen de bootcamp lessen je misschien nog van pas in het regenwoud..

Geniet nog van al het moois daar. Wie weet weer tot ziens in het park bij een sportlessen hier in Dordrecht.

Nathalie

Reply
Herman van der Kloot Meijburg
9/14/2021 10:59:45 pm

Jeminee Yanthe, ik ga zo meteen naar bed, zo'n luxe bed van Ikea met matrasbeschermer , een molton, een hoeslaken en een groot dekbed.....ik denk dat ik goed zal slapen, maar niet op een bed van bladeren onder de blote hemel, niet met de dierengeluiden van jouw nachten in de bush, niet met een groep mensen om mij heen die door dik en dun mijn maatjes zijn. Morgen geen ander avontuur dan Cai naar de trimmerster brengen om te laten plukken voor 70 euro, dan in de middag mijn kleindochter Jasmijn van school halen en vervolgens naar atletiek brengen, dan WhatsAppen met.Sarah die een cursus micro-mosaics in Venetië volgt. En jij die met je tent door de bush loopt, het alphabet in het Engels deelt met de jager(s), elkaar bij de hand houdt wanneer jullie door een rivier waden. O ja, ik heb anti vlooien spul gehaald omdat Cai zich zit te krabben en ik niet ook gebeten wil worden, terwijl over je hele lijf schrammen hebt en beten van allerlei beestjes.......Wij kunnen ons nauwelijks een beeld vormen hoe basic armoede is in een plek waar niets is dan wat je met elkaar van kunt maken. Ik kan het mij moeilijk voorstellen, ik probeer het wel en denk dan zachtjes voor me uit "dankjewel Yanthe, dankjewel". Een hartegroet, Herman

Reply
Bert Hebing
1/5/2022 06:23:30 pm

Lieve Yanthe,

Wat is het toch een avontuur dat jij aan het beleven bent! Elke dag brengt nieuwe verrassingen, sommige aangenaam, andere minder of niet aangenaam. Het is de kunst om daar creatief mee om te gaan, zeker in de context van het tropische woud van de CAR.
Je berichten raken mij enorm. Inhoudelijk maar ook door de wijze waarop je ze de lezer aanreikt. Mooi geschreven en steeds vol eerbied en ontzag voor mens en dier in het naar mijn mening prachtige, maar nog primitieve en economisch sterk achtergebleven land. Maar welk een rijkdom biedt dat zelfde land en zijn inwoners (mens en dier), als je je daarvoor openstelt en dat doe jij!
Dank voor je prachtige brieven. Ik hoop dat je verblijf daar zal uitmonden in goed bruikbare onderzoeksresultaten, een voor jou eeuwige verrijking van je leven en voor ons toekijkers in een mooi boek vol mooie verhalen. Nogmaals dank je wel en maak het goed daar!
Liefs,
Bert

Reply



Leave a Reply.

    Archief

    April 2023
    September 2021
    July 2021
    November 2020
    September 2020
    July 2020
    April 2020
    March 2020
    February 2020
    January 2020
    October 2019

    Blijf op de hoogte!

    RSS Feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • About
  • Nederlands
  • English
  • Bestaan
  • Contact